Zomaar te gaanLiederen voor kinderen moeten er natuurlijk ook in komen, in het nieuwe Liedboek! Maar hoe ziet zo'n lied er uit? Als het goed is, niet als een kinderachtig lied. Grote mensen zullen het jammer vinden als ze niet mee mogen zingen. Het is net als een mooi verhaal, een brief die je kreeg van iemand die jou goed kent: je leest het nog eens en nog eens, zingt het vaker dan eens. Soms kom je er pas later achter dat er nog meer in stond dan je gedacht had. Over sommige liederen hoefde de redactie niet lang te denken. Als je ziet dat een lied is opgenomen in de Evangelische Liedbundel en in Tussentijds, in katholieke bundels en in schoolboeken, dan wil je het toch niet missen? Zo'n lied is het lied over 'op reis gaan', zomaar te gaan met een stok in je hand. In de eerste plaats is het gewoon een vertellied: je leeft erin mee met het volk Israël dat onderweg is door de woestijn. Wat zullen we eten, morgen? Maar als je het nog eens zingt, dan wordt het ook een lied dat past bij iets vrolijks als 'op vakantie gaan'. Zeker als je nog niet weet waar morgen je tent zal staan, en of je daar wel vriendjes zult kunnen maken. En het past bij iets moeilijks als moeten verhuizen. Omdat je ouders ergens anders heengaan. Of misschien zelfs, als je vader en moeder allebei apart gaan wonen. En misschien, voor wie het leven ziet als een lange reis, is het wel een lied voor iedere dag. Eindeloos ver is 't beloofde land. Maar de belofte is er wel. Van het paradijs hebben we in het Woord gehoord. Bron: Alles wordt nieuw 2-6; Tussentijds 27; Evangelische Liedbundel 477. Roel A. Bosch |
| Dankt, dankt nu allen God |
|---|
| Wek mijn zachtheid weer |
| Jij zoekt mij: mens waar ben je |
Inhoud wordt geladen...